Het ontstaan van graft versus host
Bij veel vormen van bloedkanker of andere ernstige ziekten is een stamceltransplantatie een laatste redmiddel. De zieke cellen van de patiënt worden vernietigd. Om beter te worden, krijgt de patiënt stamcellen van iemand anders, een donor. Deze stamcellen maken nieuwe bloedcellen aan, die helpen om weer gezond te worden. Maar de afweercellen in de nieuwe stamcellen kunnen soms denken dat het lichaam waar ze nu in zitten niet hun eigen huis is. Ze zien de organen en het weefsel van de patiënt als een bedreiging. Hierdoor kunnen zij deze gezonde organen en weefsels gaan aanvallen. Die aanval van donor-immuuncellen op het lichaam van de ontvanger noemen artsen graft versus host ziekte, afgekort GVHD.
Verschillende vormen en klachten
Niet iedere patiënt krijgt last van graft versus host, maar het komt wel vaak voor na een transplantatie met donorstamcellen. Soms gebeurt het meteen na de behandeling. Dat is de acute vorm. Dan zijn de klachten meestal snel en heftig. De huid wordt rood of gaat jeuken, er kunnen uitslag en blaren ontstaan. De darmen kunnen ook reageren, waardoor er diarree ontstaat. Soms doet de lever mee, wat te merken is aan een gele huid of oogwit. Er bestaat ook een chronische vorm van deze reactie. Die ontstaat later, soms pas maanden na de stamceltransplantatie. Klachten veranderen dan vaak: de huid wordt strak of droog, de mond en ogen voelen droog, de gewrichten kunnen stijf worden en er kunnen longproblemen zijn. Iedereen ervaart deze bijwerkingen anders. Sommige mensen hebben veel klachten, anderen maar weinig. De ernst hangt af van hoe sterk het afweersysteem van de donor tegen het lichaam van de ontvanger reageert.
Behandeling en zorg bij klachten
Artsen proberen altijd om graft versus host zoveel mogelijk te voorkomen. Vlak voor en na de stamceltransplantatie krijgt de patiënt vaak medicijnen die de afweer van de donorcellen onderdrukken. Toch is het niet altijd mogelijk om de ongewenste reactie helemaal te stoppen. Als iemand toch klachten ontwikkelt, zijn er verschillende behandelingen. Vaak krijgt de patiënt zwaardere afweerremmende medicijnen, bijvoorbeeld prednison. Die moeten het afweersysteem van de donorcellen afremmen, zodat ze stoppen met aanvallen. Soms werken deze middelen niet goed of geven ze vervelende bijwerkingen. Dan zoeken artsen naar andere oplossingen, zoals nieuwe medicijnen of speciale therapieën waarmee de afweercellen gericht worden aangepakt. Ook krijgt de patiënt goede zorg om de klachten te verlichten. Denk aan zalf voor de huid, extra vocht bij diarree en kunsttranen of lipbalsem bij droge ogen en mond.
Langdurige gevolgen en leven met GVHD
De gevolgen van graft versus host kunnen bij iedereen verschillen. Sommige patiënten hebben alleen last in de eerste weken na hun stamceltransplantatie. Anderen krijgen er pas later of langdurig last van. Vooral bij de chronische vorm kan de ziekte het dagelijks leven behoorlijk veranderen. Werken, studeren of vrijetijdsactiviteiten kunnen moeilijker worden. Het is belangrijk dat de patiënt regelmatig wordt gecontroleerd in het ziekenhuis. Lichamelijke oefeningen en ergotherapie kunnen helpen om soepel te blijven bewegen. Naast lichamelijke klachten is er ook aandacht voor hoe iemand zich voelt. Het aanpassen aan een nieuw leven met de gevolgen van deze complicatie is soms zwaar. Psychologen en verpleegkundigen geven advies en luisteren. Familieleden en vrienden spelen vaak een grote rol in het ondersteunen bij dagelijkse taken of in het geven van een luisterend oor. Met goede zorg kan iemand leren omgaan met de beperkingen en zo veel mogelijk blijven doen wat hij of zij leuk vindt.
Vooruitzichten en nieuwe behandelingen
De vooruitzichten bij graft versus host zijn de laatste jaren verbeterd door betere medicatie en vroegere herkenning van klachten. Door de ontwikkelingen in onderzoek lukt het steeds vaker om de ernstige gevolgen te verminderen. Ook zijn nieuwe middelen in ontwikkeling die het afweersysteem van donorcellen preciezer kunnen afremmen, zonder de hele afweer te onderdrukken. Hierdoor neemt het risico op infecties of andere problemen weer iets af. Toch blijft de ziekte nog altijd een van de lastigste bijwerkingen van een stamceltransplantatie. Patiënten worden daarom altijd goed in de gaten gehouden, zodat de gevolgen tijdig aangepakt kunnen worden. Wie deze ziekte krijgt, hoeft daar niet alleen mee te worstelen. Ziekenhuizen bieden begeleiding, informatie en hulp waardoor het leven na een stamceltransplantatie zo prettig mogelijk blijft.
Meest gestelde vragen over graft versus host
-
Wat betekent graft versus host?
Graft versus host betekent dat afweercellen van een donor het lichaam van de ontvanger aanvallen na een stamceltransplantatie.
-
Kan iedereen deze reactie krijgen na een stamceltransplantatie?
Niet iedereen krijgt deze bijwerking. Het hangt af van hoe goed de donor en ontvanger op elkaar lijken en hoe het afweersysteem reageert.
-
Is graft versus host te genezen?
De acute vorm kan vaak behandeld worden met medicijnen. Soms blijven milde klachten, vooral bij de chronische vorm. Dan worden de klachten zo goed mogelijk onder controle gehouden.
-
Wat zijn de eerste tekenen waar ik op moet letten?
Rode huid, jeuk, vochtverlies, diarree en geelzucht kunnen de eerste tekenen zijn. Neem contact op met je arts bij deze veranderingen.
-
Wat kan helpen bij het omgaan met de klachten?
Goede medische zorg, begeleiding, rust, voldoende drinken, gezonde voeding en, waar nodig, hulp van specialisten maken het leven makkelijker.